"(…) steden zijn levende wezens, ze groeien, verkommeren of sterven naarmate ze zich al dan niet aanpassen aan de behoeften van het moderne leven. Brussel moet leven en groeien. Al onze inspanningen moeten daarop gericht zijn. Als de werken klaar zijn, dan zullen we overtuigend bewezen hebben dat de modernisering van de stad haar esthetiek niet vernietigt, maar haar integendeel een grotere uitstraling geeft, die in alle opzichten strookt met haar waardigheid als hoofdstad van Europa."[2]
Het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw, 1956
"Wie [...] niet versaagt, is schepen Vanden Boeynants. Nauwelijks van zijn val over [de kwestie] Leuven [Vlaams] hersteld, komt hij op de gemeenteraad pleiten voor de inplanting van een wereldhandelscentrum of World Trade Center (W.T.C.) in de Noordwijk. De voorzitter van het Antwerpse W.T.C. Van Heurck is scherp gekant tegen de inplanting van een W.T.C. in Brussel: alleen grote havensteden hebben er belang bij om de handelsinformatie uit de gehele wereld te koncentreren! Maar de Brusselse schepen van Openbare Werken laat niet af: 'Geen enkele overweging zal me tegen houden dit handelscentrum hier te krijgen.' [....] Nog vóór het ministerieel koördinatiekomitee de gelegenheid heeft gunstig advies over het kontrakt uit te brengen, treden de bulldozers in volle werking."[3]
"Individueel transport moet worden aangemoedigd, want dat is een niet tegen te houden factor van economische en sociale vooruitgang. Als die factor genegeerd of misprezen wordt in een dirigistische opvatting, dan zijn wanorde in de stad en tanende vitaliteit van de centra daarvan onvermijdelijk het gevolg."[4]
"The old, swampy, unhealthy beaches that surrounded the fortified city, [...] the old fortifications, the outskirts, the shantytowns and favelas [...] solve a problem less of enclosure or exclusion than of traffic. All of them are uncertain places because they are situated between two speeds of transit, acting as brakes against the acceleration of penetration. Located from the outset on paths of terrestrial or fluvial communication, they will later be compared to sewers, to stagnant waters, the end of fluidity (progress), the sudden absence of motivity, ineluctably creating a quasi-organic corruption of the masses."[5]
Foro's genomen te Schaarbeek en Sint-Joost-Ten-Noode, februari 2026.
Voetnoten
Pagina aangemaakt: 1 maart 2026
Laatste wijziging: 28 februari 2026